Kans op kunstgrasclaim is klein

Blaricum.

De aanleg van de twee kunstgrasvoetbalvelden bij BVV was ’aanbestedingsplichtig’ voor grondeigenaar gemeente Blaricum, maar tegelijkertijd werd kans op een claim klein geacht door adviserend advocatenkantoor Stibbe. Dat zocht de Gooi en Eemlander naar aanleiding van de stukken uit 2016 waarvan de Blaricumse gemeenteraad de geheimhouding, uiteindelijk, heeft opgeheven. Het waarom van ruim een jaar lang geheimzinnigheid? Dat staat in een ambtelijk memo van 29 november 2016 aan het Blaricumse college. ’Het nu openbaar maken van de memo 3-8-2016 zou een open uitnodiging kunnen zijn voor derde partijen om alsnog te procederen tegen BVV of de gemeente Blaricum. Het zakelijk en maatschappelijk belang van de gemeente en BVV wordt daar op geen enkele wijze mee gediend’.

Onleesbaar

De naam van de ambtenaar is in de stukken onleesbaar gemaakt. Zijn memo van 3 augustus 2016 aan b en w laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Hier enkele relevante passages. ’Kort na de raadsvergadering van 31 mei 2016 heeft BVV zelf opdracht gegeven tot de aanleg van de 2 velden. Daarover heeft het college BVV geïnformeerd dat voor eigen rekening en risico deed. Vrijwel tegelijkertijd liep het adviestraject met Stibbe. Stibbe heeft op enig moment toegelicht dat zij van mening zijn dat deze werken voor de gemeente onderhands aanbestedingsplichtig waren, maar dat dat tegelijkertijd eigenlijk geen realistische realistische optie meer was, aangezien de aanleg al lang en breed in gang was gezet. Tevens is toen aangegeven dat de kans op een claim vanuit een andere leverancier klein was’.

600.000 euro

’Stibbe en de inkoper(van de kunstgrasvelden, red.) hebben beiden aangegeven dat het hier een unieke situatie betreft, zodat niet met zekerheid valt te zeggen dat deze gang van zaken achteraf als rechtmatig wordt aangemerkt. Zij hebben vervolgens geadviseerd(aan het college, red) om geen bemoeienis te hebben met de werkzaamheden, zodat de bijdrage van 600.000 euro kan worden beschouwd als een subsidiebijdrage van de gemeente in de aanleg van de velden. Met als uitdrukkelijke voorwaarde dat BVV ook zou overgaan tot een ingrijpende renovatie van de kleedkamers. Bij dit alles moet in ogenschouw worden genomen dat stillegging van de werkzaamheden vanwege de aanbestedingsregels nauwelijks een reële optie zou zijn geweest. BVV was op het moment van aanleg nog geen overeenkomst met de gemeente aangegaan en was als huurder eigenstandig bezig met een verbetering van het gehuurde. Of voorafgaande toestemming hiervoor nodig was, staat niet vast. Stillegging zou BV hebben gedupeerd in haar relatie in haar relatie met de firma Ceelen(de aanlegger van de velden bij BVV, red.). Kortom, de gemeente zou een risico hebben genomen om een ander risico voor te zijn dat wellicht helemaal niet zou worden verwezenlijkt.’

Ontevreden

Verder wordt opgemerkt dat volgens Stibbe de zes ton ’geen onoverkomelijk obstakel vormt’ bij de vraag of hier sprake is (ongeoorloofde) staatssteun. Wel stipt de juridisch adviseur het risico aan dat ’andere (ontevreden) sportclubs’ een beroep doen op het gelijkheidsbeginsel en naar de Autoriteit financiële markten stappen. ’Andere clubs moeten wel hun schade aantonen, wil de gemeente schadeplichtig worden’.

Gelijkheidsbeginsel

Die ontevreden clubs kunnen het ook nog gooien op het gelijkheidsbeginsel. BVV ’krijgt’ immers zes ton en andere sportverenigingen niet. Gelijke monniken-gelijke kappen? De ambtenaar adviseert het college te benadrukken dat er ’unieke omstandigheden aan de afspraken met BVV kleven’. Daarmee wordt gedoeld op de uitdrukkelijke voorwaarde waaronder BVV een zak gemeenschapsgeld krijgt. Namelijk dat de club zelf ’een substantiële investering in de kleedruimten doet’. Verder is BVV huurder terwijl de andere gebruikers van het sportpark (behalve de handbalclub en EHBO-vereniging) hun terrein in erfpacht hebben waarover de gemeente daarom niets te vertellen heeft. En het BVV-terrein is semi-openbaar, en de andere clubterreinen niet.

VVD-vragen

Opmerkelijk is dat de ambtenaar in een memo van 17 oktober 2016, na kritische VVD-vragen, stelt dat als er een beroep wordt gedaan op de Wet openbaarheid van bestuur(Wob), zijn geheime memo van 3 augustus niet zou hoeven te worden verstrekt. Want dit zou ’de strategische positie van de gemeente kunnen schaden’. Begin dit jaar kwam het eerste Wob-verzoek ook daadwerkelijk binnen via journalist Peter van Rietschoten. Sindsdien is er gesteggel geweest. In de laatste gemeenteraadsvergadering is afgesproken dat er nog een (openbaar) debat volgt.

Bron: De Gooi- en Eemlander


Meer nieuws

Blaricum Politiek